De ondergang van mijn moerstaal

 

Don’t panic. Today I’m making an exception for once, to communicate to my Dutch audience. If you take the effort to understand my native language, you are of course as welcome to read along as anyone else.

Vandaag ga ik iets doen wat ik nog niet eerder hier heb gedaan: Ik ga een kort stukje schrijven in het Nederlands, al was het alleen maar om mezelf te confronteren met het feit dat ik het moeilijker lijk te vinden dan mezelf uit te drukken in het Engels. Ik vermoed zelfs dat er enkele anglicismen ingeslopen zijn waar ik mij simpelweg niet van bewust ben. Nederlands is de taal waarmee ik ben opgegroeid. Het is de taal die mijn ouders spraken, mijn grootouders spraken en -omdat ik van simpele komaf ben- waarschijnlijk al mijn voorvaderen van tenminste de afgelopen vierhonderd jaar. Hoewel ik misschien graag zou willen dat ik een ongebruikelijke of exotische familiegeschiedenis heb, heb ik die simpelweg niet. Ik word regelmatig aangezien voor iemand van Turkse komaf, maar ik ben een eenvoudige Nederlander, niets meer en niets minder.

De eerste woordjes Engels leerde ik via computerspelletjes, toen ik ongeveer tien jaar oud was. Meestal kwam het erop neer dat ik er niks van snapte en aan mijn ouders vroeg wat een bepaald woord betekent. Na verloop van tijd begreep ik redelijk wat Engelse woorden, de basis was gelegd. Niet veel later kreeg ik ook Engelse les op de basisschool. Ik kreeg geen Frans, Spaans of Duits onderwezen, maar Engels bleek wel noodzakelijk. In het begin maakte ik nog wel fouten. Ik ging er vanuit dat teaspoon theespons betekent, maar ik kon niet direct uitleggen aan de juffrouw wat een theespons dan precies zou zijn. Na verloop van tijd had ik de basis goed onder de duim, vanaf dat punt ging het snel. In tegenstelling tot landen als Duitsland en Frankrijk ondertitelen wij de meeste programma’s op de televisie. Als je er passief naar kijkt zul je Engelse woorden beginnen op te pikken, vooral als de basis al eerder gelegd is.

Om mij heen kreeg het Engels al vrij snel de status van een elite-taal, zoals het Frans dat ooit was. Kinderen bij mij in de klas gingen naar “tweetalige” middelbare scholen, waar ze zowel in het Engels als in het Nederlands onderwezen werden. Het lijkt er soms op dat wanneer men probeert te anticiperen op de toekomst, men de toekomst juist alsnog onderschat. Het gevolg van tweetalig onderwijs zal nu eerder zijn dat kinderen moeite krijgen zich fatsoenlijk in het Nederlands uit te drukken, dan dat het hen zal helpen te overleven in een wereld waarin het Engels de voertaal begint te worden.

De tijd staat niet stil, ondertussen is verengelsing een statussymbool geworden, met name op universiteiten. Promovendi die hun verplichte jaartje in het buitenland achter de rug hebben, doen alsof ze een Engelstalig accent overgehouden hebben aan een jaar lang studeren in het buitenland. Omringt door “expats”, claimen jonge Nederlandse studenten nu maar al te graag dat ze zelf eigenlijk ook uit Verweggistan komen. Als je geen Indische overgrootvader hebt, dan verzin je er desnoods maar een. Het is niet eens zozeer dat het Engels zelf zo sterk in achting is gestegen. Het lijkt er eerder op dat mensen zich willen losweken van een aangeboren identiteit.  Het idee dat je in een bepaalde cultuur opgegroeid bent en dat dit je onherroepelijk vormt in fundamentele aspecten staat mensen niet aan.

Naarmate de migratie tussen Westerse landen toeneemt begint het op te vallen dat er een verschil bestaat tussen “allochtonen” en “expats”. Een allochtoon komt uit een niet-Westers land en wordt geacht Nederlands te leren spreken. Een “expat” daarentegen is blank en wordt op zijn wenken bediend. De aanwezigheid van een of twee “expats” in een organisatie zorgt er vanzelf voor dat de meest hippe Nederlanders binnen de organisatie erop staan dat iedereen Engels spreekt in openbare gelegenheden. Hier is in principe natuurlijk altijd weinig tegen in te brengen. Als je met tien man ergens aan werkt en twee hebben geen idee wat de andere acht zeggen dan kunnen ze weinig eraan toevoegen.

Het feit wilt echter, dat om een taal daadwerkelijk te beheersen je haar regelmatig dient te gebruiken. Een taal verrijkt je leven wanneer je de details ervan kunt waarderen, wanneer je de spreekwoorden en woordgrapjes intuïtief begrijpt. Wanneer je continu moeite moet doen om een taal te begrijpen, dan wordt het eerder een verarming. Dit is in zekere zin de richting die het Nederlands opgaat. Als je dagelijks in het Engels communiceert op je werk, winkelpersoneel er voor het gemak maar vanuit gaat dat je een toerist bent en een groot deel van je vrienden en kennissenkring ook Engels spreekt, dan blijven er weinig gelegenheden over waarop je in het Nederlands communiceert of denkt.

Wanneer het op sociale verandering aankomt kun je jezelf er niet van isoleren, zonder je eigen kwaliteit van leven sterk te belemmeren. Als voorbeeld, ik heb jaren zonder Facebook en mobiele telefoon geleefd, maar de voornaamste consequentie die dit heeft is dat je jezelf van anderen isoleert, dus hier ben ik na verloop van tijd vanaf gestapt. Om het Engels te boycotten zou uiteindelijk dezelfde consequenties opleveren. Desalniettemin is het nodig om van tijd tot tijd weerstand te bieden. Misschien niet eens zozeer omdat ik verwacht dat ik als individu de maatschappelijke tendens kan beïnvloeden, maar misschien voornamelijk omdat het soms nét iets te tenenkrommend wordt wanneer mensen denken dat het grappig of charmant is om hun vocabulaire te doorspekken met allerlei Engelse termen, woordgrapjes en citaten uit televisie programma’s.

Uiteindelijk is het Engels vooral in zwang geraakt onder een bepaalde demografische categorie waar het als hip gezien wordt. Het zijn de mensen die in Amsterdam wonen, op de UVA gestudeerd hebben en een semester in het buitenland gezeten hebben omdat comazuipen in Madrid een verrijking voor je culturele ontwikkeling is. Na het afstuderen zijn ze een jaar lang in Zuid-Vietnam gaan backpacken, uiteraard niet omdat je met communicatiewetenschappen of culturele antropologie niet aan de bak komt, maar omdat ze nog geen zin hebben om te gaan werken. Gelukkig recyclen ze wel hun aardappelschillen en rijden ze in een elektrische auto, want anders zou hun levensstijl mogelijk lastig te verzoenen worden met een op lange-termijn bewoonbare planeet.

Ik heb het over de mensen die hip zijn, geen trend gezien hebben waar ze vraagtekens bij durven te stellen, wiens grootste angst is om aangezien te worden voor een Henk-en-Ingrid type. De jonge blonde meisjes met vaders die werken als kon-zul-tunt of meh-nuh-djur, meisjes die Groenlinks stemmen en (ik wou dat ik dit verzon) afgeven op hun huisgenoten omdat het mannen van in de dertig zijn die in een winkel werken. Aan deze mensen valt de verengelsing van de Nederlandse cultuur te wijten.

Een ieder die denkt dat ik overdrijf hoeft slechts de Albert Heijn in te lopen op het station, om te zien welke demografische categorie nou precies het doelwit is van de verbasterde half-Engelstalige reclames om ons heen. Nu moet ik zeggen dat ik ergens wel begrip voor ze heb. Als je zonder erbij na te denken een half miljoen leent bij de bank voor het privilege om de rest van je leven in een flat te wonen omringt door toeristen om daar een walm van hash en fijnstof te inhaleren zo sterk dat je op je tweeëndertigste al begint met bloed ophoesten, dan zou ik misschien uit wanhoop er ook in beginnen te geloven dat een glutenvrije avocado-quinoa-smoothie me nog kan redden van de ondergang.

Nu moet ik er natuurlijk eerlijk bij zeggen, dat er twee type hippe mensen zijn. Aan de ene kant zijn er mensen die zich afzetten tegen “het grauw”. Annefleur, Annedien, Annelot en Annemijn willen niet geassocieerd worden met Henk en Ingrid. Henk en Ingrid gaan op vakantie met de caravan in Zuid-Frankrijk, Anne* ziet het als noodzakelijk dat zij iedere zomer het Europese continent verlaat. Henk en Ingrid hebben een irrationele antipathie richting buitenlanders. Anne* heeft een irrationele antipathie richting Henk en Ingrid.

Aan de ander kant zijn er natuurlijk mensen die zo hip willen zijn, dat ze zich af beginnen te zetten tegen hippe mensen. Als je PVV stemt ben je óf een obese kalende tokkie in een scootmobiel die woont in een flat in Rotterdam-Zuid en geen woord Engels spreekt, óf je bent Thierry Baudet. Als de avant-garde mondialistisch is, is het onvermijdelijk dat de avant-avant-garde particularistisch is. Baudet deelt met pijn in zijn hart mee aan een zaal dat het hem niet lukt om Katholiek te zijn, aan een groep jonge mannen die dwepen met Don Colacho en in hun vrije tijd zeldzame inheemse mierensoorten bestuderen. Het doet denken aan hipsters die een tijdje rondliepen in Star Wars T-shirts. Op een gegeven moment ben je zo hip dat mensen door de mand vallen wanneer ze je een nerd noemen.

Ik heb er wel eens aan getwijfeld, maar toen zelfs Anne-Fleur Dekker de aantrekkingskracht van een boze blanke man niet kon weerstaan werd voor mij duidelijk dat de tegenreactie op komst is. De boze blanke man is niet langer een autoritaire despoot, maar eerder een tragische anti-held. Zelfs Turken en Marokkanen lijken zich tegenwoordig niet daadwerkelijk meer bedreigd te voelen door Geert Wilders en interpreteren hem eerder als een soort moderne Sitting Bull. De verhouding tussen hippe linkse meisjes in Hilversum, Utrecht of Amsterdam en boze gristelijke predikanten op de Veluwe is ondertussen ook zo schreef gegroeid dat er weinig over is gebleven van het oude Nederland om je tegen af te zetten. De hippe linkse meisjes reizen nu dus stad en land af, panikerend op zoek naar een boze blanke man, niet zozeer als Christenen op zoek naar de laatste heiden om op de brandstapel te gooien, maar eerder als boeren die te veel pesticiden ingezet hebben en nu wanhopig op zoek zijn naar de laatste Korenwolf om voor het nageslacht te bewaren.

De tegenreactie is dus al op komst, onder hen die zo vooruitstrevend zijn dat ze zich alvast vastklampen aan wat we straks gaan missen, maar desalniettemin zie ik het als een feit dat de Nederlandse taal ten dode is opgeschreven. Het is simpelweg makkelijker om iets te slopen, dan om het weer nieuw leven in te blazen. Het cultuurvandalisme van het begin van de 21ste eeuw gaat onze taal niet meer overleven. Het probleem is dat er een culturele tendens tot stand is gekomen, waarin het behouden van de Nederlandse taal pas een prioriteit zal worden wanneer het eigenlijk al te laat is. Ik verwacht dat in Nederland hetzelfde zal gebeuren als ooit in Ierland. Toen Ierland onafhankelijk werd van Groot Brittannië overleefde het Iers alleen nog in uithoeken van West-Ierland, de zogeheten Gaeltacht.

De mensen in deze uithoeken leefden in de economische en culturele periferie van Ierland, het was hier mogelijk om te werken, producten te kopen en naar school te gaan zonder jezelf bloot te hoeven stellen aan de rest van de wereld. Het spreekt voor zich dat deze gebieden ook een economische achterstand hadden. De Ierse overheid probeerde het Iers hier als dominante taal te behouden, maar tegelijk was er de wens om deze gebieden te ontwikkelen. Programma’s werden opgezet om migranten uit de Ierse diaspora terug naar Ierland te halen. Deze immigranten spraken voornamelijk Engels, waardoor het in de praktijk gewoon niet meer handig was voor mensen om alleen Iers te kunnen spreken. De mensen in deze gebieden werden hierdoor gedwongen ook Engels te leren.

Na verloop van tijd zorgt dit voor interne migratie. Jongeren die prima met Engels overweg kunnen vertrekken naar andere delen van Ierland, Ieren die amper Iers spreken strijken neer in de Gaeltacht. Hoewel het door middel van onderwijs gelukt is om een hoogopgeleide elite in Dublin de Ierse taal aan te leren, sterft het Iers uit als dagelijkse voertaal in de gebieden waar men het nog regelmatig sprak. Hoewel er nu meer mensen zijn die het Iers verstaan dan pakweg vijftig jaar geleden, zijn er nu minder mensen die het dagelijks spreken. Het Iers is dus zoiets geworden als het Latijn: Een taal die in theorie nog wel bestaat maar niet meer organisch evolueert zoals een taal dat normaal gesproken zou doen.

Uiteindelijk is het ook nodig om een taboe te doorbreken: In een mondiale wereld kunnen we niet verwachten dat het Nederlands stand zal houden. In de Verenigde Staten was het lange tijd zo dat het Duits en het Frans gewoon gesproken werden door de immigranten gemeenschappen. De Amish spreken als gevolg van hun isolatie nog steeds een vorm van Duits, maar naarmate de politieke en economische integratie vordert wordt het in dit soort gebieden ondenkbaar om dit soort talen in stand te houden.

Voorlopig denk ik dat het vooral nuttig is om waardering te tonen voor het feit dat wij nog een eigen taal hanteren. Wanneer het niet doorspekt wordt met Engelse leenwoorden is het Nederlands een mooie taal, in tegenstelling tot wat veel Nederlanders nu denken. Wat ik nu vaak zie is dat mensen berichten schrijven in het Engels, met dan af en toe een Nederlands woord tussen haakjes omdat ze de Engelse vertaling niet kennen. Dit is uiteindelijk hoe je het ook went of keert een vorm van verpaupering.

Verder denk ik dat het wenselijk is om niet al te hip proberen te zijn. Een ekspet komt heus wel op de universiteit aan zonder dat iedere bushalte in het Engels omgeroepen wordt. Als je zoon niet naar het tweetalig VWO gaat verdoem je hem daarmee heus niet tot een leven als putjesschepper. Het is ook werkelijk niet teveel gevraagd van iemand die in een land komt wonen om de plaatselijke taal te leren. De effecten van mondialisering zijn voor een deel onvermijdelijk, maar voor een deel is de situatie waar we nu mee zitten gewoon het gevolg van onze masochistische mentaliteit. Een jonge hippe Nederlander staat nog net niet te glunderen wanneer hij iemand te woord kan staan in het Engels.

Uiteindelijk moet ik er ook bij zeggen, dat het gewoon niet echt bewonderenswaardig is om je enigszins in het Engels uit te kunnen drukken. Vrijwel iedereen kan het leren, of je het spreekt of niet hangt vooral af van de context waarin je opgroeit. Enigszins uit de voeten kunnen in het Engels toont vooral aan dat je teveel tijd achter de computer doorbrengt. Het is een prestatie om je in drie of meer talen uit te kunnen drukken, vaardig zijn in twee talen is eerder een verarming van het leven dan een verrijking.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*